zaterdag 30 mei 2026

Passo di Resia


Zijn reisdagboek over de periode van het vertrek tot de aankomst in Rome draagt de grote Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe op aan zijn platonische geliefde Charlotte von Stein. Dit Tagebuch der Italienischen Reise 1786 wordt in de Ausgabe letzter Hand met nog 2 delen samengevoegd tot de Italienische Reise of Italiaanse reis. Met dit lijvige boek in de hand vangen wij onze reis naar Italië aan.

Prutz, Tirol (Oostenrijk)

De avond kleurt rood over de gletsjer van het Kaunertal. Ik krijg hetzelfde gevoel als de jonge Bettina von Brentano wanneer zij in haar brieven aan Goethe bericht over de bloedige veldslagen in de bergen, waarvan zij het kanonnengebulder kan horen. Net als hun grootvaders in 1703 nemen de Tirolers opnieuw de wapens op tegen de Bayern.

Achter onze kampeerplaats aan de Via Claudia Augusta bevindt zich tegen een massieve rotswand de Sauerbrunn- Quelle. Daar hangt ook een plakkaat dat herinnert aan een veldslag waarbij 4000 vijandelijke troepen het onderspit moesten delven tegen de Tiroolse strijders voor onafhankelijkheid. Zowel de burchten, hoog gebouwd op de rotsen en nauwelijks ervan te onderscheiden, als de heroïsche gevechten doen mij denken aan de Schotse onafhankelijkheidsstrijd.

Bij het begin van zijn Italiaanse reis heeft Goethe het over het Inntal, waar wij ons ook bevinden. Hij beschouwt het gesteente, wat ons ertoe brengt onder aan de rotswand te speuren naar bergkristal.

Prutz ligt aan de voet van de Freschenpas of de Passo di Resia die Oostenrijk verbindt met Italië. Goethe stak met de postkoets de Brennerpas over om Italië te bereiken. Morgen voeren Nomade en ik een verkenningsrit uit over de pas richting Merano of Meran in Zuid-Tirol, zoals dit Italiaanse kuuroord in de Goethetijd heette.