zondag 31 mei 2026

Campanile di Curon


Campanile di Curon, Lago di Resia.

Prutz, 31 mei

Vanmorgen bij de bakker samen met een Tiroler Dunkelbrot een Nussschnecke gehaald, een rond met suiker overdekt gebak. Eine Schnecke of een slak. Het begrip doet mij denken aan de televisieserie M. Il figlio del secolo naar het werk van de Italiaanse auteur Antonio Scurati. De serie is huiveringwekkend en toont de opgang van het Italiaanse fascisme. Mussolini en zijn entourage houden ervan om hun politieke tegenstanders door middel van scheldnamen te stigmatiseren. Zo wordt een  van de premiers vóór de machtsgreep door il Duce 'de slak' genoemd.

Over de passo di Tresia naar de benediktijner abdij Marienberg of Monte Maria. Het eeuwenoude klooster schittert helder wit in het zonlicht. Alsof het een antwoord wil bieden aan het uitgestrekte gletsjermassief van het Ötztal. In Burgeis (Burgusio) een romaans kerkje gewijd aan Sint-Nicolaas: Chiesa S. Nicoló (1199).

Terwijl ik dit schrijf breekt een hevig onweer los. Striemende regen en hevige rukwinden. Ik kan het luifelzeil van onze woonwagen ternauwernood indraaien. Ondertussen probeert Nomade de ramen die omwille van de hitte van de dag openstonden, te sluiten. 

Op de terugweg het stuwmeer of de Lago di Resia. Boven het water steekt de campanile di Curon of klokkentoren uit. Het is het enige restant van het dorpje dat in 1950 voorgoed onder het water verdween.

In Pfunds bezoeken we het Heimatmuseum. Ik zie er het uniform van de postiljon compleet met sabel en hoorn. De koetsiers, zo vertelt Goethe in zijn Italiaanse reis, houden er zo'n hels tempo op na dat hij enerzijds met spijt in het hart voor het vliegensvlug doorkruisen van zo'n prachtige streken, maar anderzijds met blijdschap het dal van Bozen bereikt.

zaterdag 30 mei 2026

Passo di Resia


Schloss Sigmundsried, Oberinntal (Tirol).

Zijn reisdagboek over de periode van het vertrek tot de aankomst in Rome draagt de grote Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe op aan zijn platonische geliefde Charlotte von Stein. Dit Tagebuch der Italienischen Reise 1786 wordt in de Ausgabe letzter Hand met nog 2 delen samengevoegd tot de Italienische Reise of Italiaanse reis. Met dit lijvige boek in de hand vangen wij onze reis naar Italië aan.

Prutz, Tirol (Oostenrijk)

De avond kleurt rood over de gletsjer van het Kaunertal. Ik krijg hetzelfde gevoel als de jonge Bettina von Brentano wanneer zij in haar brieven aan Goethe bericht over de bloedige veldslagen in de bergen, waarvan zij het kanonnengebulder kan horen. Net als hun grootvaders in 1703 nemen de Tirolers opnieuw de wapens op tegen de Bayern.

Achter onze kampeerplaats aan de Via Claudia Augusta bevindt zich tegen een massieve rotswand de Sauerbrunn- Quelle. Daar hangt ook een plakkaat dat herinnert aan een veldslag waarbij 4000 vijandelijke troepen het onderspit moesten delven tegen de Tiroolse strijders voor onafhankelijkheid. Zowel de burchten, hoog gebouwd op de rotsen en nauwelijks ervan te onderscheiden, als de heroïsche gevechten doen mij denken aan de Schotse onafhankelijkheidsstrijd.

Bij het begin van zijn Italiaanse reis heeft Goethe het over het Inntal, waar wij ons ook bevinden. Hij beschouwt het gesteente, wat ons ertoe brengt onder aan de rotswand te speuren naar bergkristal.

Prutz ligt aan de voet van de Freschenpas of de Passo di Resia die Oostenrijk verbindt met Italië. Goethe stak met de postkoets de Brennerpas over om Italië te bereiken. Morgen voeren Nomade en ik een verkenningsrit uit over de pas richting Merano of Meran in Zuid-Tirol, zoals dit Italiaanse kuuroord in de Goethetijd heette.