Campanile di Curon, Lago di Resia.
Prutz, 31 mei
Vanmorgen bij de bakker samen met een Tiroler Dunkelbrot een Nussschnecke gehaald. Eine Schnecke of een slak. Het begrip doet mij denken aan de televisieserie M. Il figlio del secolo naar het werk van de Italiaanse auteur Antonio Scurati. De serie is huiveringwekkend en toont de opgang van het Italiaanse fascisme. Mussolini en zijn entourage houden ervan om hun politieke tegenstanders door middel van scheldnamen te stigmatiseren. Zo wordt een van de premiers vóór de machtsgreep door il Duce 'de slak' genoemd.
Over de passo di Tresia naar de benediktijner abdij Marienberg of Monte Maria. Het eeuwenoude klooster schittert helder wit in het zonlicht. Alsof het een antwoord wil bieden aan het uitgestrekte gletsjermassief van het Ötztal. In Burgeis (Burgusio) een romaans kerkje gewijd aan Sint-Nicolaas: Chiesa S. Nicoló (1199).
Terwijl ik dit schrijf breekt een hevig onweer los. Striemende regen en hevige rukwinden. Ik kan het luifelzeil van onze woonwagen ternauwernood indraaien. Ondertussen probeert Nomade de ramen die omwille van de hitte van de dag openstonden, te sluiten.
Op de terugweg het stuwmeer of de Lago di Resia. Boven het water steekt de campanile di Curon of klokkentoren uit. Het is het enige restant van het dorpje dat in 1950 voorgoed onder het water verdween.
In Pfunds bezoeken we het Heimatmuseum. Ik zie er het uniform van de postiljon compleet met sabel en hoorn. De koetsiers, zo vertelt Goethe in zijn Italiaanse reis, houden er zo'n hels tempo op na dat hij enerzijds met spijt in het hart voor het vliegensvlug doorkruisen van zo'n prachtige streken, maar anderzijds met blijdschap het dal van Bozen bereikt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten