vrijdag 4 september 2015

Onderweg naar Ticino

Interieur Richard Wagner Museum Tribschen
Richard Wagner

Nu begrijp ik de fascinatie van Hermann Hesse voor wolken. Nergens is het spel van de wolken zo zichtbaar als in de bergen. Van de Pilatus bij Luzern, aan de voet waarvan wij onze woonwagen hebben opgesteld, drijft nu eens een dreigende blauw-zwarte wolkenmassa naar het dal. Dan weer is de top helemaal gehuld in een zacht grijs. Vanmorgen hing over het Vierwoudstedenmeer een zachte witte wolkenmassa.
‘Laten we hier blijven en de hele dag naar de wolken kijken,’ zeg ik tegen Nomade.
De wolken samen met de geur van de bergwereld brengen mij in vervoering.
De grote Duitse componist Richard Wagner woonde zes jaar in Tribschen, een schiereiland hier vlakbij. Wat een harmonie straalt deze woning uit. Hier kwam Friedrich Nietzsche vaak op bezoek. Net als koning Ludwig II von Bayern, een grote bewonderaar van Wagner.
Op de verdieping loopt een tentoonstelling over Franz Wilhelm Beidler, de zoon van Isolde, Wagners eerste dochter. In 1914 probeerde Isolde, officieel von Bülow, Richard Wagners vaderschap te laten erkennen. Zonder resultaat. Het leidde tot een breuk met de familie. F.W. Beidler keerde zich helemaal van de familie Wagner af. Trouwde met Ellen Gottschalk, die van Joodse afkomst was en verleende zijn steun aan de socialistische beweging.
In Peter Camenzind laat Hesse het hoofdpersonage een jongeman genaamd Richard ontmoeten. Hij is een muzikant en speelt voor zijn vriend op de piano.

‘Es ist Wagner”, rief er zurück, ‘aus den Meistersingern’, und spielte weiter. Es klang leicht und kräftig, sehsüchtig und heiter, und umfloss mich wie ein laues, erregendes Bad.’
‘Het is Wagner,’ antwoordde hij, ‘uit de Meistersinger,’ en speelde verder. Het klonk licht en krachtig, weemoedig en vrolijk, het omvatte mij als een lauw, verkwikkend bad.’

In de traphal van Wagners woning in Tribschen werd de Siegfried-idylle in 1870 voor het eerst opgevoerd. Voor zijn  muziekstukken koos Wagner grootse thema’s uit de Germaanse mythologie: Tristan und Isolde, Parsifal. Wanneer we het huis verlaten kijk ik naar de omringende bergen. De kracht van de natuur kan niet anders dan grote romantische gevoelens oproepen.

woensdag 2 september 2015

Onderweg naar Ticino

Autonoom kunstdorp, havengebied Basel (foto MDB)


Iris

In het Museum der Kulturen in Basel loopt de tentoonstelling ‘Mission Possible?’. Zij toont de verzameling van de Basler Mission. Evangelische predikanten reisden vanuit de stad naar de vier windstreken. Zo ook Hesses grootvader langs moederszijde, Dr. Hermann Gundert. Hij werkte 30 jaar lang aan het lexicon van het Malayalam. Ook Hesses vader was missionaris en nadien leraar aan het missiehuis in Basel. Zodat Hermann Hesse een deel van zijn vroege kindertijd in de stad doorbracht.
Hesse was omringd door allerlei hindoeïstische voorwerpen naast wetenschappelijke en literaire werken over Indië. Het verklaart mede de setting in Indië van een van zijn belangrijkste werken, Siddhartha.
In hetzelfde museum wekt een foto een grote ontroering bij mij op. De foto toont een babyolifant. Naast het jonge dier staat een kind-opzichter met een stok in de hand. De olifant is een gift voor de Baseler zoo aan het einde van de negentiende eeuw. Het lijkt alsof het olifantje na een lange tocht met boot en trein net is aangekomen. Van de Indische jungle naar een geïndustrialiseerde stad. Het dier heeft grote ogen en straalt een trieste weemoed uit.
In het museum für gegenwartskunst is een indrukwekkende verzameling moderne kunst te zien. Wat een schoonheid stralen de werken uit van Edgar Degas, Claude Monet of Vincent Van Gogh. Van de autodidact Henri Rousseau is het werk ‘La muse inspirant le poète’. Daarin stelt hij een dichter voor, voor iedereen herkenbaar als Apollinaire, die is vergezeld door een struise matrone. Desgevraagd antwoordde Rousseau dat naast een grote dichter een grote muze staat.
Maar het meest treft mij het schilderij ‘Blaue Iris I’ van de Noord-Duitse schilder Emil Nolde, die model staat voor het hoofdpersonage in ‘Deutschstunde’ van Siegfried Lenz. Nolde kreeg na de tentoonstelling Entartete Kunst door de nazi’s een verbod opgelegd om nog te schilderen. En werkte in het geheim aan een reeks ‘Ungemalte Bilder’. Het werk doet mij denken aan de tuin van Hesse in Gaienhofen. Van Hesses hand is het sprookje ‘Iris’.

‘Maar op een keer kwam er een lente, die anders klonk en geurde dan alle vorige, de merel zong en het was zijn eigen lied niet meer, de blauwe iris bloeide op zonder dat dromen en sprookjesfiguren af en aan liepen op het goudomzoomde pad van haar kelk.’

dinsdag 1 september 2015

Onderweg naar Ticino



Zwaan op de Rijn bij Basel (foto MDB)


De helft van het leven

Over de Rijnoever valt langzaam de nacht. Kraaien zoeken hun nest op. En maken daarbij een kortstondig maar hels lawaai. Een vleermuis scheert aan het verlichte raam van onze caravan voorbij.
We bevinden ons aan het Drielandenpunt. Vlakbij de Zwitserse stad Basel. Le petit port is de naam van de camping aan de Franse kant. De kampeerplaats is net zoals in Torino de vroegere tuin van een klein roze kasteeltje.
Deze morgen maakten we een Rijnwandeling. Aan de stuwdam een bunker, gebouwd in 1938. Oorlogsvoorbereidingen. Van Aken tot aan Basel trokken de Duitsers een verdedigingslinie op. Aan de overzijde de Maginotlinie.
Bij het begin van de vijandelijkheden in 1940 werd de stuwdam bestookt door Engelse vliegtuigen. Waarvan er een werd neergehaald door de FLAK of de Duitse luchtafweer. Daarbij kwamen alle bemanningsleden, jonge mannen van in de twintig, om het leven.
De Rijn had hier oorspronkelijk een breedte van een drietal kilometer. En is nu ingedamd tot een diepe bevaarbare stroom van 200 meter breed. Reeds in de Goethezeit werd daar een aanvang mee gemaakt. De veranderingen in de samenleving moeten toen gigantisch geweest zijn. Op korte tijd werden door de industrialisering eeuwenoude landschappen compleet overhoop gehaald. Wat vele Duitse schrijvers opnieuw deed verlangen naar de natuur. Goethe en Hölderlin bijvoorbeeld. Ook de vrijheidsgedachte deed toen opgeld. Vrijheid van het individu ten opzichte van de adel. Die oefende immers een almacht uit over haar onderdanen. Vrijheid van volkeren ook.
Langs de Rijn huizen massa’s witte zwanen. Een van de dieren ordent met haar sierlijke hals haar veren. Ik denk aan het gedicht van Hölderlin ‘Hälfte des Lebens’. Daarin roept de dichter beelden op van de late zomer.

‘Mit gelben Birnen hänget
Und voll mit wilden Rosen
Das Land in den See,
Ihr holden Schwäne,
Und trunken von Küssen
Tunkt ihr das Haupt
Ins heilignüchterne Wasser.’

‘Met gele peren
En vol van wilde rozen
hangt het land over het meer,
O heerlijke zwanen
Dronken van kussen
Doop je het hoofd
In het heilig nuchtere water.’

Maar straks komt koning Winter. En vraagt de dichter zich vertwijfeld af hoe hij die tijd zal doorkomen. Het ganse gedicht is een metafoor voor het leven zelf. ‘Hälfte des Lebens’ of 'De helft van het leven'.