woensdag 14 oktober 2015

Onderweg naar Ticino

Vijver Warmoeshoek (foto MDB)


Eenzaam boven het water
zweeft een kleurrijke libel
Van de notelaar
zijn de vruchten verdwenen.

Op onze troostplek
stond het water
in de vijver
nooit zo laag.

Hoe zal ik
de kleuren bewaren
die Nacht
nu laat verdwijnen.


vrijdag 25 september 2015

Onderweg naar Ticino

Dierenfiguur Haut-Koenigsbourg, Elzas (foto MDB)


Odysseus

Wat ben ik blij dat ik terug ben! Het zachte ochtendlicht dat door de wolken heen dringt. Het geruis van de bergbeek langs de heuvel boven het kleine stadje Spa. Hoe vertrouwd is het allemaal. Vanmorgen vroeg een broodje  kopen Chez Muller.
‘J’ai dit bonjour à Aziza,’ zegt de bakkerin. Aziza is de vrouw van Krantenman. Sedert hij ziek is geworden, is de zaak nog steeds ‘A remettre’.
Zoals Odysseus legden wij een tocht vol gevaren af. Staken met onze woonwagen de Alpen over. Waarbij de voorruit van onze Volvo 460 in een adembenemend tempo met een ondoorzichtige waas werd bedekt.
Op weg naar Engelberg dienden wij terug te keren omdat de motor van onze auto door het gewicht van onze woonwagen dreigde te verhitten.
Maar ik denk aan de beelden die we tijdens onze lange reis mochten opslaan. De drie kastelen boven Eguisheim waarvan de rode steen glanst in het ochtendlicht. De middeleeuwse burcht Haut-Koenigsbourg, die is gerestaureerd door keizer Wilhelm II als symbool van de meest westelijke vesting van het Duitse keizerrijk.
De Elzas, waar de Sturm und Drang auteur Jakob Michael Reinhold Lenz na een zwerftocht door de bergen opgevangen werd door Pfarrer Oberlin.
‘Den 20. ging Lenz durch’s Gebirg. Die Gipfel und hohen Bergflächen im Schnee,die Täler hinunter graues Gestein, grüne Flächen, Felsen und Tannen.’
‘De twintigste trok Lenz de bergen in. De toppen en hoge bergvlaktes lagen in de sneeuw, de dalen beneden grauwe steen, groene vlaktes, rotsen en dennen.’
Daarmee begint de novelle van Büchner. Het is een van de meest aangrijpende beginscènes die ik ooit las.
In Eguisheim zie ik dezelfde bron uit roze steen als diegene waarin Lenz bij Oberlin in Waldersbach in het midden van de nacht ging baden.
Het water van de bergbeek. Hermann Hesse zocht steeds het water op. In Calw op weg naar school stak hij elke dag de kleine rivier de Nagold over. In Maulbronn vond hij troost bij de klaterende fontein. Net zoals Hölderlin wellicht. En zo vele andere leerlingen die zuchtten onder het verstikkende regime in de kloosterschool. Daarna trok hij naar Gaienhofen, waar hij met de roeiboot de Untersee diende over te steken om voor zijn gezin inkopen te doen. Montagnola ten slotte waar hij aquarellen maakte en keek over het meer van Lugano in de richting van Italië.
Gisterenavond kwamen wij aan op onze heuvel boven het kleine stadje Spa. Wat vormde het water van de bergbeek een heerlijk en vertrouwd geluid.

zaterdag 19 september 2015

Onderweg naar Ticino

Blöcke auf dem Titlisgletscher, Talmuseum Engelberg (foto MDB)


Gotthard

Wie trok niet allemaal over de Alpen? Hannibal natuurlijk. Er zijn afbeeldingen bekend van de Carthaagse generaal die met een leger via een van de passen de Alpen oversteekt. Toen Gallische troepen het transport vanaf de hoogte aanvielen, werden de olifanten die als lastdier functioneerden zo opgeschrikt, dat ze samen met hun bepakking van de smalle bergpaden naar beneden stortten.
De Alpen oversteken was helemaal geen eenvoudige zaak. Goethe reisde over de Alpen naar Italië. En schreef hierover zijn Italienische Reise. Later ondernam ook zijn enige zoon August, genoemd zoals Goethes mecenas, hertog Carl August von Sachsen-Weimar een Italiëreis. Waarvan hij nooit zou terugkomen. Hij overlijdt in het land van de klassieken. Zijn grafsteen vermeldt alleen: ‘Goethe de zoon, de vader voorafgaand, overleed op veertigjarige leeftijd 1830’.
Onze doortocht door de Alpen via de Gotthard verliep niet zonder slag of stoot. Onze Volvo 460 kreunde onder het gewicht van de caravan op weg naar de tunnel. Voor ons het massief. We hopen dat onze motor niet gaat verhitten.
Eindelijk de tunnel in. Maar wat gebeurt er? Ineens raken wij verblind.
Langzaam maar zeker slaat een dichte mist tegen de voorruit van onze wagen aan. Wanhopig proberen wij de waas weg te vegen. Maar de ondoorzichtige damp lijkt wel van ijs. In de tegenovergestelde richting de lichten van vrachtwagens.
De zichtbaarheid wordt steeds beperkter. Tot de binnenverwarming haar werk begint te doen. En het zichtvlak van de voorruit stilaan groter wordt.
Een keer door de tunnel ontvouwt zich het besneeuwde massief van de Gotthard zich in al zijn grootsheid. In de Alpen is overal de Mariafiguur aanwezig. Als fresco in Italië. Of in kapelletjes in Zwitserland. Maria die de Alpenreizigers beschermt op hun gevaarlijke tochten.



woensdag 16 september 2015

Onderweg naar Ticino

Portret kerkhof Bene Lario (foto MDB)


Partiggiani

‘Wij kijken zo,’ zegt Nomade, terwijl ze over de Lago di Piano in de richting van Zwitserland wijst, ‘en Hesse keek onze kant uit.’
Sinds de machtsovername door Mussolini wilde Hermann Hesse niet meer naar Italië. Een van zijn aquarellen uit 1926 draagt als titel ‘Blick nach Porlezza.’ Het Italiaanse plaatsje ligt aan de uiterste grens van het meer van Lugano en is helemaal anders dan de dorpen aan de Lago di Como. Daar bouwden rijke Milanezen hun villa’s tegen de berghelling. Grote mondaine hotels liggen langs het meer.
Maar in Porlezza kun je heerlijk dwalen in de kleine straatjes rond het Ghetto. Zo genoemd omwille van de dicht bij elkaar gebouwde huizen. En door de vroegere Joodse aanwezigheid. We drinken er een cafè con latte.
Wat een pracht biedt de chiesa San Vittore! Elke vierkante meter van het gewelf is beschilderd in vrolijke barokke kleuren. Het is allemaal zo overweldigend dat je hier de betekenis begrijpt van de barokke kunst. Zij herleidt de mens tot zijn ware proportie. Na de reformatie moest het uit zijn met de zoekende mens. Alleen de kerk en haar hiërarchie leiden tot verlossing. De indrukwekkende hoeveelheid barokke kunst maakt de mens opnieuw klein.
In Dongo aan het Comomeer bezoeken we het Museo Della Fine Guerra. In Dongo bracht de Duce samen met zijn minnares Petacci de laatste nacht door. Een Duits konvooi werd door de partiggiani tot stilstand gebracht. De Duitsers werd vrije doorgang verleend. Maar de Italiaanse fascisten moesten zich overgeven. Tijdens het onderzoek van de legertrucks bleek de Duce zich te hebben vermomd als Duits soldaat. Als snel verzamelde zich een massa mensen rond de bewuste legervrachtwagen. ‘Il Duce, il Duce,’ riepen zij uit.
‘Het leek er straks op dat wanneer hij het woord zou nemen, zij weer achter hem zouden gaan staan,’ luidt een van de getuigenissen.
Maar de Duce wordt onderweg naar Milano door een andere groep verzetslieden onderschept en samen met la Petacci terechtgesteld.
De strijd tussen de fascisten en de partizanen heeft hier in het noorden van Italië bijzonder gewoed.
Na de wapenstilstand met de geallieerden in 1943 werd de RSI of de Repubblica Sociale Italiana uitgeroepen met aan het hoofd de bevrijde Mussolini. Dat was het begin van een bloedige burgeroorlog tussen de Zwarthemden en de partiggiani. Het heeft Italië zo getekend dat het thema in tal van naoorlogse films voorkomt.
Zo ook in ‘C’eravamo Tanto Amati’ van Ettore Scola. De film volgt het leven van drie vrienden die samen bij de partizanen waren. In zwart-wit beelden wordt hun spannende vroegere bestaan getoond. Het latere leven van de drie is geen onverdeeld succes. Maar ‘C’eravamo Tanto Amati’ uit 1974 is vooral een ode aan de Italiaanse neorealistische film. Meer bepaald aan Ladri di biciclette van Vittorio de Sica. Hij overlijdt in hetzelfde jaar 1974.