zondag 3 juli 2016

Tocht aan het begin van de zomer

Kaiserbrunnen Konstanz (foto MDB)


Konstanz

Fietsen langs de Bodensee. Wanneer we dichterbij komen zien we op het wateroppervlak alle tinten van blauw. Van diepblauw tot licht zilver. Aan de rand van het meer golft en klotst het water.
Maar de vredige aanwezigheid van het meer in de verte stemt rustig.
Boven het water een zeppelin. Het luchtschip zweeft voor ons uit. Zoals een reiger die bij het wandelen langs het water steeds weer opschrikt en zich een eind verder weer neerzet. De zeppelin is helder wit en beweegt zich voort zonder enig geluid. Wat een verschrikking moet het zijn geweest wanneer uit zo’n toestel tijdens Wereldoorlog I ineens bommen bleken te vallen. De zeppelins boven de Bodensee stijgen op in Friedrichshafen, aan de overkant van het meer.
Ik denk aan het gedicht ‘Bulut mu olsam’ van de grote Turkse dichter Nazım Hikmet, op muziek gezet door Zülfü Livaneli. ‘Denizin üstünde ala bulut’ of ‘Boven het meer drijft een kleurrijke wolk’, luidt de aanhef van het gedicht.
We fietsen naar Konstanz. Van 1414 tot 1418 werd hier het Concilie van Konstanz gehouden, in het leven geroepen door paus Johannes XXIII. Op weg naar het concilie viel de wagen van de paus op de Vorarlberg echter om. De paus belandde in de sneeuw en overleefde de val niet.
Wat een indrukwekkend Münster bezit deze stad. Hier kwamen de kerkvorsten samen. Streng is de architectuur van de kathedraal. Hoge ramen laten overvloedig licht binnen in het reusachtige wit en grijs gekleurde kerkschip. De kerkdeuren zijn van gesculpteerd hout en tonen verschillende scènes uit het leven van Jezus. Als in een beeldverhaal worden in opeenvolgende episodes het Laatste Avondmaal, het verraad van Jezus door de Judaskus en de kruisiging getoond.
Wat verloopt het leven op de boerderij in een rustig ritueel. Nadat ze zijn gemolken worden ’s avonds de koeien tezamen met de kalveren van de stal weer naar de weide gebracht. Het is heerlijk om te zien hoe de kleine kalfjes om de grote runderen heen dartelen.
Het avondlicht is zacht en wordt weerkaatst door het oppervlak van de Bodensee die wij van op onze kampeerplaats kunnen zien. Achter ons de Zwitserse bergen die op de toppen bedekt zijn met sneeuw.

zaterdag 2 juli 2016

Tocht aan het begin van de zomer



Illustratie F. Schiller, Wilhelm Tell (foto MDB).
Bodensee

Als een zacht blauw lint strekt de Bodensee zich voor mij uit. Daarachter de Duitse bergen die nauwelijks van de laaghangende wolken zijn te onderscheiden. Hoeveel vluchtelingen keken niet de kant op van het veilige Zwitserland?
Niet zo ver hier vandaan, in Gaienhofen aan de Untersee, vestigde zich Hermann Hesse. Boodschappen deed hij in het Zwitserse Steckborn. Ooit voeren wij, net zoals Hesse met de roeiboot van Gaienhofen naar Steckborn. Hugo Ball, stichter van de dadabeweging en later biograaf van Hesse, vergeleek zijn bestaan hier met dat van de schrijver Walt Whitman aan het Michiganmeer.
Ook Henry David Thoreau, die zich in de Noord-Amerikaanse natuur terugtrok, leefde aan een meer en deed er ontdekkingen die hij toeschreef aan vroegere indianenvolkeren.
We kamperen op de boerderij. De woning heeft een houten dakbedekking en luiken die donker rood zijn geverfd, wat het huis net zoals de omgeving een grote rust laat uitstralen.
Onze kampeerplaats bevindt zich nabij St. Gallen met zijn beroemde Stiftsbibliothek. Op de kleine  rommelmarkt in de buurt van de Stiftsbibliotheek ligt een uitgave van Friedrichs Schillers ‘Wilhelm Tell’ gratis mee te nemen. Het boek is gedrukt in gotisch schrift en is in 1941 in Zürich uitgegeven ter gelegenheid van 650 jaar Eidgenossenschaft. Wat een prachtige gedrukte houtsneden en gravures staan in het boek. ‘Insel Schwanau gegen die Mythen’ toont een roeiend paar op een bergmeer onder  het licht van de opkomende maan. Een gravure van Tell die weigert de keizerlijke hoed te groeten.

De eerste aanblik van het Bodenmeer was wonderbaarlijk. Wat een verschil met het hooggebergte waar wij vandaan komen. Het licht schittert boven het wateroppervlak.
De kampeerplaats op de boerderij is helemaal gericht op gezinnen met kleine kinderen. Deze morgen keken zij toe hoe de donkerzwarte kalveren over het achtererf van de weide naar de stal werden gebracht.
Onze woonwagen staat in de schaduw van een boom midden in een boomgaard.
Een zachte regen valt over deze kant van het meer. Terwijl het helder oplicht over de bergen aan de overkant.

donderdag 30 juni 2016

Tocht aan het begin van de zomer

Portret kerkhof Boden, Oostenrijk (foto MDB)


Boden

Aankomst in Boden, das kleine Dorf für die grosse Erholung. Sonnige Lage wordt er nog aan toegevoegd. Alhoewel het hier volgens Nomade meer dan gewoon regent en het Lechtaler dorp dus helemaal geen sonnige Lage heeft, zelfs aan de regenkant van de berg zou liggen.
Desondanks heeft hotel Bergheimat een klein openluchtzwembad in een typische jaren zestig vorm. Alles in het hotel ademt die tijd. Een van de obers vertelt hoe hij veertig jaar geleden uit Joegoslavië naar dit gebied is gekomen. In de winter op zoek naar werk. Nu onderhoudt hij de twee kleine zwembaden. Want naast het Freibad is er onder in het hotel ook een Hallenbad. Omdat het zo klein is , werd tegen de betonnen wand een zeezicht geschilderd tussen twee bergen. Om in het Freibad af te dalen kun je gebruik maken van twee roodgeverfde ijzeren trapladdertjes.
Ach Boden, hoe vaak ben je niet in mijn dromen opgedoken sinds ik hier voor het eerst kwam in het jaar 1968 samen met een groep Kajotsters. Waarvan een meisje in bed onbedaarlijk huilde omdat ze meer dan duizend kilometer verwijderd was van haar geliefde.
Het kerkje waar mijn vader orgel speelde. Hiervoor waren twee volwassen mannen druk in de weer met touwen om een soort blaasbalg in werking te laten treden. Een activiteit die ze mogelijk als kind hadden beoefend.
’s Avonds worden op het kerkhof rond het kerkje kaarsjes aangestoken. Ik ontmoet Otto die hier zoveel jaren Gasthof Edelweiss uitbaatte. Hij is oud geworden maar straalt nog altijd dezelfde rust uit als toen. Ik vertel hem hoe ik mij herinner dat zijn vader altijd rondliep met een zwarte muts op. Alleen ’s zondags draaide hij de muts om en was ze rood. ‘Die Berge von unten, die Kirchen von aussen und die Kneipen von innen,’ was zijn motto.
‘Die Zeit vergeht,’ zegt iedereen hier wanneer ik een praatje sla.
Langzaam maar zeker valt de nacht over de bergen. Donkere wolken pakken zich rond de toppen samen. Straks is enkel nog het oorverdovende geraas van de bergbeek hoorbaar.

dinsdag 28 juni 2016

Tocht aan het begin van de zomer


Tocht in het Arlberggebied (foto MDB)

Schwabenkinderen

Als een zilveren lint strekt de bergketen die het Lechtal scheidt van het Stanzertal zich voor mij uit. De toppen dragen unheimliche namen zoals Wetterspitze of Parseierspitze.
Vandaag gingen we met de kabellift omhoog. Niet zo gezellig wanneer je benen metershoog boven de begane grond hangen te bengelen. Wat was het boven ineens veel kouder. Sneeuwvlekken. We stappen in de richting van de kam. Zouden we onze blikken naar het Lechtal kunnen richten? Maar zonder skistokken dienen we onze poging om in het andere dal te kijken al vlug op te geven. Het zou waanzin zijn om de steile sneeuwvlaktes zonder enige beveiliging over te steken.
Ik heb plezier in het stappen. Net zoals Werner Herzog wanneer hij zijn tocht ondernam van München naar Parijs. Het stappen geeft een kadans en maakt de gedachten vrij. Wagner ondernam in de omgeving van Zürich vele bergtochten. In het gezelschap van een gids stak hij gletsjers over. Sommige van zijn muzikale motieven zouden tijdens het stappen in de bergen zijn ontstaan.
De natuur is overweldigend. En wat een bloemenpracht! Alpenrosen en Enzian. In tegenstelling met een kleinere soort diepblauwe bloem is de Enzian solitair. Je ziet ze zelden met meer dan twee dicht bij elkaar. Ik denk aan de blauwe bloem in ‘Heinrich von Ofterdingen’ van Novalis. In de verte zie ik Nomade, gehuld in de gele regenkledij die ze aantrok toen we hier boven aankwamen.
Voor de komst van het toerisme was Tirol een arm gebied. In sommige dalen waren de families zo arm dat ze hun kinderen moesten uitsturen naar verre streken. De Schwabenkinderen deden er tot acht dagen over om in Ravensburg te geraken. Daar was een soort kindermarkt. Met honderden trokken ze in de maand maart over de Arlberg. Van het vier meter hoge beeld in Sankt Christoph namen ze voor onderweg een splinter mee tegen de heimwee. Het verblijf in de voor hen onbekende streken duurde immers van maart tot in de maand oktober of november.
In zijn ‘Gesprekken met Goethe’ vertelt Eckermann hoe in de woning van Goethe aan de Frauenplan in Weimar Tirolers optreden. Vermoedelijk ging het hier om rondreizende zangers en dansers.
Langzaam valt de nacht over de bergen. Maar daarvoor kleurde het avondrood nog de toppen. Straks is alleen nog het ruisen van de bergbeek hoorbaar.