maandag 12 januari 2015

Italiaans dagboek

Pino Daniele, Vai mo' (foto MDB)


Pino Daniele

Vorige week overleed de Italiaanse zanger Pino Daniele. Hij was pas 59 jaar. Daar schrok ik van. Pino Daniele is namelijk een van de zangers waarvan wij sinds het begin van de jaren tachtig een cassette hebben bewaard.
‘Waarom roept deze muziek zulke melancholische gevoelens op?’ vraagt Nomade.
Zonet stak ik in onze draagbare cassetterecorder in de keuken een bandje van Franco Battiato.
‘Dat is een van de cassettes die wij indertijd grijs draaiden,’ merkt zij op.
Het begin van de jaren tachtig. In het huis waar wij toen woonden, doken de meest wonderlijke figuren op. Er was Marco die later ging werken op de Italiaanse ambassade in Moskou. En Alessandra. Zij studeerde kunst in Rome en was buitensporig verwonderd over alles wat zij tegenkwam en voor haar nieuw was. Alessandra logeerde een tijd helemaal boven in ons huis. Op de zolderverdieping. Waarvoor je een luik moest omhoog tillen.
‘Ah Mieke, che bello!’ was een van haar favoriete uitroepen.
‘Hoe zou het nog zijn met de Italianen van toen?’ vraagt Nomade.
Dat weet ik niet. Maar het is wel heerlijk om nog eens de cassettes uit die tijd op te diepen. Claudio Lolli of Lucio Battisti. Van de teksten begrepen we niet veel. Maar de liederen riepen een warme melancholische sfeer op.
‘Ancora tu’ bijvoorbeeld van Lucio Battisti. Of ‘Cuccurucucù’ van Franco Battiato. Op de cassette ‘La voce del padrone’ staat hij afgebeeld met donkere zonnebril en een korte staart in de haren.
Vaak verweven de zangers Engels in hun teksten. Zodat we tenminste de context van hun liederen begrepen. Aspettando Godot of Wachten op Godot van Claudio Lolli was een van onze favorieten.
Maar vorige week is dus een van hen overleden. Pino Daniele. De meest jazzy zanger van de ons bekende Italianen. Zijn muziek doet denken aan Philippe Catherine.
Van Franco Battiato dachten we dat hij zichzelf van het leven had beroofd. Misschien kwam het door de ondergangstemming die je terugvindt in ‘Summer on a solitary beach’.
Achteraf bekeken beschrijft hij in het lied een wonderlijke zomer. Zoals onze jeugd, die even wonderlijk was.

‘A wonderful summer
on a solitary beach
against the sea
"le grand hotel Sea-Gull Magique"
mentre lontano un minatore bruno
tornava.’

(Franco Battiato, La voce del padrone)

zaterdag 10 januari 2015

Italiaans dagboek

Jef Nys, Paus Johannes XXIII (foto MDB)


Johannes XXIII

Wat hield ik van de heiligenlevens van de tekenaar Jef Nys. Ik verslond ze allemaal. De trek naar China over Z.E.P. Verbist, stichter van de missie van Scheut. Zo staat het op het eerste blad. Jef Nys noemde zich toen Jozef Nijs. Misschien om het sérieux van zijn verhalen te benadrukken?
We stonden op het kerkplein na de zondagsmis. Mijn vader sloeg een praatje met iemand van onze parochie. Maar ik zat met mijn hoofd in de wereld van de missionarissen. Het waren stoere mannen die het geloof gingen verkondigen in het verre China. Ze worstelden er met de taal. En met de koude vooral. Ik zag ze in hun dikke wollen kleren. Te paard door het ruwe landschap.
Veel vrolijker dan de gevaren en ontberingen die ook de Grote Zwartrok alias pater De Smet moest doorstaan was het levensverhaal van Paus Johannes XIII.
‘Het kleine dorp, Sotto il Monte, in de streek van Bergamo in Italië, ligt rustig onder een kille herfstlucht’ zo begint het verhaal. We worden onmiddellijk ondergedompeld in een bergachtige omgeving met alleenstaande boerderijen.
‘Proficiat, vader Roncalli, proficiat!’ roept vrouw Rosa uit. ‘Een flinke zoon !’
De passages die mij bijbleven waren die waarin de vader samen met de dooppeter en meter ’s avonds om tien uur in de stromende regen naar het huis van de pastoor trekt. Het kind wordt immers nog de dag van zijn geboorte gedoopt.
Catherina, het oudere zusje, dat voor de kleine Angelo zorgt. Maar op vijfjarige leeftijd aan een longontsteking sterft. We zien hoe de grafdelver het graf met aarde dichtgooit. Rond de kerk staan allemaal eenvoudige houten kruisen.
Maar dan is het lente. In een idyllisch landschap met cipressen spelen Angelo en zijn jongere broer Saverio samen met hun vrienden verstoppertje. Wanneer ze Angelo ontdekken in de kerk, vragen de jongens zich af of hij later misschien pastoor wil worden.
Het verhaal zit vol met dergelijke vooruitwijzingen. Al op weg om gedoopt te worden zegt vader Roncalli dat zijn zoon een geleerde man moet worden.
‘Haha,’ zegt vrouw Rosa daarop, ‘waarom geen pastoor, of bisschop of paus!’
In de strip wordt een idyllisch beeld getoond van het landelijke Lombardije. Met grote, katholieke gezinnen. Die leven van het werk op het land. Het is een grote eer wanneer een van de zonen uit zo’n groot gezin ‘de roeping voelt om priester te worden’.
Het katholieke Italië. Het land van de paus. Het moest een voorbeeld zijn voor het landelijke Vlaanderen uit het begin van de jaren vijftig.

vrijdag 9 januari 2015

Italiaans dagboek

Illustratie uit G. Guareschi, Don Camillo in Rusland (foto MDB)


Don Camillo

Hoe Italiaans zijn de films van Don Camillo. Il piccolo mondo di Don Camillo opent met een camera die over een rivier zweeft. De camera toont velden en boomgaarden. Vervolgens een dorpsplein en de voet van een klokkentoren ergens in Noord-Italië.
Het leven van de eenvoudige dorpelingen wordt beheerst door het water en het land. Het water van de rivier die uit zijn oevers treedt en voor overstromingen zorgt. Zodat een kapel nog altijd onder water steekt. Behalve de klokkentoren. Wanneer de klokken beginnen te luiden, kondigt dit onheil aan. Zo weet de stokoude signora Cristina, de dorpslerares, te vertellen.
De dorpelingen leven van de opbrengst van het land. Maar de natuur is ongenadig. Zij zorgt ervoor dat het werk op het land onder de verschroeiende zon een hard labeur wordt. Zij is tevens onrechtvaardig. Want het land van de ouders van Gina is vruchtbaar. Terwijl dat van hun buren, waartoe haar geliefde behoort er door de droogte dor bij ligt.
De twee jongeren houden van elkaar. Maar hun families verhouden zich tot elkaar als die van Romeo en Julia. Waardoor ze genoodzaakt zijn om elkaar in het geheim te ontmoeten. Aan de kapel bijvoorbeeld. Waar ze van plan zijn om in hun wanhoop samen de dood te verkiezen.
Maar hier steken op het gepaste moment de twee aartsrivalen Peppone en Don Camillo een stokje voor. Peppone is de communistische burgemeester van het dorp. Don Camillo de dorpspastoor.
‘Het is door het egoïsme van de landeigenaren dat er een staking is uitgebroken,’ roept Don Camillo uit. Door de ‘reactionairen’ wordt Don Camillo gezien als een bolsjewiek. De communisten zien hem als hun grote tegenstander.
Toch kan niemand de dorpspastoor missen. Wanneer hij door de bisschop op een bevolen rust in de bergen wordt gestuurd, is het dorpsplein leeg.
‘Waarom is hier niemand om mij uit te wuiven?’ vraagt Don Camillo vertwijfeld aan het reusachtige kruisbeeld dat in de kerk hangt. Het kruisbeeld is het geweten van Don Camillo en stuurt hem geregeld bij. Dat is ook nodig want Don Camillo is net als Peppone een geweldenaar. Bij het vertrek van Don Camillo heeft hij de dorpelingen bezworen niet op het perron te verschijnen. Zelf staat hij met zijn rode aanhang aan de gemeentegrens om zijn vriend en aartsrivaal te begroeten. De fanfare speelt de Internationale.
Het eerste deel van de vijfdelige reeks is gerealiseerd in 1952 door de Franse regisseur Julien Duvivier. De hoofdrollen worden gespeeld door de Franse acteur Fernandel en door Gino Cervi. In de Franstalige versie spreken Peppone en Fernandel la langue du midi. Waardoor het Italiaanse karakter van de film verdwijnt en het lijkt alsof de setting Provençaals is.
Maar wanneer je naar de film kijkt in de Italiaanse versie dan zie je pas de oorspronkelijke sfeer en inhoud. De filmreeks is gebaseerd op de werken van Giovannino Guareschi.
Il piccolo mondo di Don Camillo speelt zich af in de lente van het jaar 1946. Het land is bevrijd van het fascisme en de communisten zijn als partizanen gesterkt uit de Tweede Wereldoorlog gekomen.
Il piccolo mondo di Don Camillo gaat over verzoening. Don Camillo die als reactionair de landeigenaren keihard de waarheid toeslingert. En de communistische burgemeester Peppone die voor zijn kameraden geen gezichtsverlies kan leiden. Ze vliegen elkaar voortdurend in de haren en gaan zelfs op de vuist. Maar ze kunnen elkaar voor geen geld missen.

vrijdag 2 januari 2015

Overwinteren in Spa

Bergbeek (foto MDB)


Choucroute

Met welke kracht stort de bergbeek achter onze camping zich naar beneden. Toen ik met onze hond Luna een avondwandeling maakte, aarzelde zij bij het houten brugje. De beek had immers zijn gewone bedding verlaten. En dus moesten wij allebei een sprongetje maken om bij de brug te komen. Waar het water in normale omstandigheden blijft stilstaan om een klein strandje te vormen, was de bergbeek in volle glorie aanwezig.
Het komt door het smelten van de sneeuw op de Venen. Dit jaar was er een uitzonderlijke sneeuwval. Gisteren nog konden we voor de derde keer op rij langlaufen. Ski de fond op nieuwjaarsdag. Wat een heerlijke ervaring! Daarna choucroute porte-bonheur bij Bruno in de Géronstère.
Bruno heeft heel zijn familie uitgenodigd.
‘In zijn eigen kring voelt hij zich goed,’ zegt Nomade.
Choucroute is hier blijkbaar het gerecht voor nieuwjaarsdag. Je ziet het massaal in de vele artisanale beenhouwerijen. En ook restaurants pakken ermee uit.
Toen ik bij mijn vriend de Krantenman passeerde, maakte hij net een praatje met de mecanicien waar hij mij met mijn auto naartoe wilde sturen. De mecanicien was echter bij zijn zus in Verviers, zodat ik bij de jonge vrienden van Bruno terechtkwam.
‘C’est une question de famille,’ zeg ik tegen Nomade wanneer ik via Bruno of Krantenman verder word geholpen. Het feest op oudejaar in de Géronstère leek wel een groots familiegebeuren. Waar wij langzamerhand deel van beginnen uit te maken

donderdag 1 januari 2015

Overwinteren in Spa

Vuurwerk aan de Géronstère

Allumer le feu

Wanneer je bent overgeleverd aan de omstandigheden van de natuur dan is elk welwillend teken welkom.
‘Kijk,’ zegt Nomade wanneer wij vanmorgen door het bos wandelen, ‘dit soort planten komt als eerste door de sneeuw heen.’
Ze toont mij ook mossen. Ik denk aan het Hoge Noorden en hoe rendieren er overleven door mossen te grazen door de sneeuw heen. We leven op het  ritme van de natuur. Gaan pas naar buiten wanneer de zon de aarde verwarmt. Als het in de vroege namiddag alweer begint te vriezen, graven we ons in de warmte van het grote bed in de caravan in.
Even leek er beterschap te zijn. Samen met een expert bekeek ik het gasvuur van onze caravan. Ook hij kreeg het niet aan de praat. Vertelde dat een reparatie meer zou kosten dan een elektrisch vuur. En adviseerde ons nadat hij de staat van onze caravan had vastgesteld, om in de solden of zelfs tweedehands een vuur aan te schaffen.
Wat een geweldig nieuwjaarsfeest gisteren bij Bruno! Na de patés met Ardeense broden en de schaaldieren met cocktailsaus begon het aftellen. Met een reusachtige fles champagne in de hand torende Bruno hoog boven de gestapelde champagneglazen uit.
‘Allumer le feu’ weerklonk het uit honderd monden op de tonen van Johnny Hallyday. Het lukte Bruno om zonder scherven de champagne over de glazen heen te laten vloeien. Een ware cascade de champagne!
Daarna barstte het feest los. We dansen op Franse muziek. Iedereen lijkt hier de teksten uit het hoofd te kennen. Wanneer er rond drie uur in de morgen een relletje ontstaat, schakelt de vrouwelijke dj over op de sirtaki.
 Vuurwerk. Vrienden van Bruno. De jongens zijn van Maghrebijnse afkomst. Net als die van de garage waar Bruno mij naartoe stuurde. En die het lampje van het rechter voorlicht van mijn oude Volvo 460 binnen de vijf minuten vervingen. De jongens dragen een onberispelijk kostuum en laten het afsteken van het vuurwerk tergend lang wachten.
‘Allumer le feu, allumer le feu‘ roept de menigte.