dinsdag 17 februari 2015

Overwinteren in Spa


Haguète carnaval Malmédy (foto MDB)



Carnaval van Romans

Wat is de hemel ’s avonds helder verlicht. Boven het dal waar het kleine stadje Spa zich bevindt, hangt een oranje schijnsel. Maar boven de heuvel waar onze caravan staat is het pikzwart en is de hemel bezaaid met sterren. Ik bedenk hoe het voor de hand ligt om je in het volstrekte duister op de sterren te oriënteren. Of er allerlei figuren in te ontwaren.
Vanmorgen maakte ik een praatje met de enige vaste bewoner van de camping. Elke morgen maakt hij op hetzelfde uur een wandeling samen met zijn twee honden.
‘Moi j’entends, mais ça ne sort pas,’ zegt hij.
Waarbij hij achtereenvolgens het ene en het andere oor aanwijst.
De man woont samen met zijn vrouw permanent in een reusachtige caravan waar een tent is aangebouwd. Zijn vrouw heb ik nog nooit gezien. Of het moet de vrouw zijn geweest die deze morgen uit het doucheblok kwam. Het haar in een handdoek gewikkeld.
Onze buurman vertelt over het carnaval in de dorpen.
‘Ceux de Sart font le tour du village avec leurs chars. Et Tiège fait la même chose. Après ils se rencontrent et font le cortège dans l’autre village.’
Het is een overblijfsel van de na-ijver tussen de dorpen die vaak op een gevecht uitliep.
Carnaval en sociale spanning. Nergens wordt het zo goed beschreven als in het lijvige werk van de Franse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie ‘Het carnaval van Romans. Van Maria-Lichtmis tot Aswoensdag  1579-1580’.
De elite en de ambachtslieden van het kleine stadje nabij Valence zijn verenigd in verschillende gilden. Het carnaval wordt aangegrepen om zich te wreken op de harteloze notabelen. De machthebbers maken echter op een gruwelijke wijze komaf met de opstandige boeren en ambachtslui.
Opvallend zijn de verschillende symbolen waarmee de standen zich tooien. De haan, adelaar en patrijs zijn voorbehouden voor de bezittende klasse. Terwijl de boeren en ambachtslieden zich uitdossen met machteloze dieren zoals het schaap, de haas, de kapoen of de ezel.
Wanneer je de schilderijen van Bruegel bestudeert, zie je hoe veel symbolen zijn bewaard in het carnaval van Malmédy. Zo zijn de bakkers uitgedost met bretzels.  En draagt lu Trouv’lê of prins carnaval een houten spaan of pânule. Carnavalgangers slaan je om de oren met varkensblazen. Er zijn de harlekijns met hun mutsen waaraan een vossenstaart hangt. Zwart geschminkte figuren zijn net als de historische Wildeman gekleed met houten schubben. En anderen houden je dan weer een haring of het symbool van de vasten voor.

maandag 16 februari 2015

Overwinteren in Spa



straattheater carnaval Malmédy
Les rôles

De dag na de grote optocht is de journée des rôles. Plaatselijke verenigingen brengen op straat satirische stukken. In de traditie van de middeleeuwse wagenspelen wordt het podium gevormd door een grote aanhangwagen. De stukken worden gespeeld in het Waalse dialect.
De gezelschappen bestaan uitsluitend uit mannelijke spelers. Dan ligt het voor de hand dat een deel van de hilariteit erin bestaat om zich als vrouw te verkleden.
Voor sommige spelers is het optreden voor een publiek niet hun meest gewone activiteit. De Royale Malmédienne bestaat net als de bakkersgilde die in de stoet oploopt uit gezellige, rondborstige figuren.
Vóór het podium bevindt zich de souffleur. Sommige passages zegt hij woordelijk voor. Er wordt vooral veel gezongen in deze satirische spelen. En er is het spel met de taal. In ‘Evôye!’ wordt een politiebeambte uit Eupen opgevoerd. De Eupenaar wordt gekarakteriseerd door een groene loden jas en een jagershoedje. Hij is er vooral op uit de Malmédiens die in de stad Eupen verkeerd geparkeerd stonden een boete te laten betalen.
Vlaamse toeristen hebben op het podium een rugzak op. Ze vragen voortdurend de weg. Waarop er misverstanden ontstaan door het verkeerd begrijpen van elkaars taal.
‘Ici c’est le chemin vers Chôdes.’
‘Chaude?’
Ook de politiek is niet ver weg. Charles Michel wordt opgevoerd. Net als Joelle Milquet.
Dat de stukken worden gespeeld in het Waalse dialect zit in de traditie van het verzet tegen de overheid. Carnaval als uitlaatklep maar ook als rebellie.

zondag 15 februari 2015

Overwinteren in Spa


Carnaval in Malmédy (foto MDB)
Lu Haguète


Het langlaufen in de Venen verloopt steeds moeizamer. Vandaag moesten we op weg naar het Kreuz der Verlobten kleine riviertjes oversteken. Door modderige veenpoelen waden. Of op sommige plaatsen de ski’s boven op de schouder dragen.Maar de aanblik van het Kruis der Verloofden is aandoenlijk. Het stoere houten kruis verenigt de namen van twee jonge mensen Francois Reiff en Marie Josephe Solheid op weg van Jalhay naar Xhoffraix. Daar zijn ze echter nooit aangekomen. Hoe dat precies is gebeurd is onzeker. Zijn de twee zoals in de meest romantische traditie samen omgekomen? Of kon het meisje niet meer verder. En is de jongen tevergeefs hulp gaan halen? Het gebeuren speelde zich af in de januarimaand van het jaar 1871.
In de nabijheid van het kruis bevindt zich een stenen grenspaal. In de zeshoekige steen staat aan twee kanten een ronde letter B gegraveerd. En het cijfer 151. De paal markeerde de grens tussen het Belgische koninkrijk en het Pruisische grondgebied waartoe de huidige Oostkantons behoorden.
 Carnaval in Malmédy. Vandaag vindt de grote optocht plaats. Doorheen de stoet bewegen zich aloude figuren. Zo heb je de bakkers en de schoenmakers. De bakkers zijn rondborstig. Dragen de houten spaan waarmee zij het achterwerk van argeloze vrouwelijke toeschouwers bewerken. En beschikken over het voorrecht om een echte bakkerij binnen te dringen tot in de werkplaats. Waar zij zich op kosten van het bakkersechtpaar kunnen laven.
De schoenmakers nemen uitvoerig de maat van je voet en meten je daarna een onwaarschijnlijke schoen aan.
Les Haguètes nemen je te grazen met behulp van een houten grijparm. Daarna zeggen ze de onfortuinlijke toeschouwer in het Waalse dialect een vaste formule voor: ‘Pardon, Haguète, à l’ cawe do ramon, dju nu l’ f’rès jamês pus!’ Of ‘op de staart van de bezem, ik zal het nooit meer doen!’.
Vroeger droegen deze Haguètes in de plaats van hun uitschuifbare houten kapstokken lange bezems gemaakt van bremstruiken.
Les Longs-Nés met hun maskers met rechtopstaande neuzen imiteren je zevenvoudig tot in het kleinste detail. Zolang tot je samen met hen een café binnenstapt.
De symboliek is duidelijk. De maskers, de bezems, ze dienen allemaal om de boze geesten te verjagen die tijdens de lange winter zo makkelijk huis konden houden. Of om de laatste resten sneeuw weg te vegen. De inwoners van het stadje Malmédy waren niet allemaal zo bemiddeld dat ze zich dure kostuums konden aanschaffen. Dus trokken de ambachten gekleed in hun beste werkkleding de straat op.

zaterdag 14 februari 2015

Overwinteren in Spa

Grosse Police carnaval Malmédy (foto MDB)



Malmédy

Zacht en lieflijk ligt het kleine stadje Malmédy in het dal van de Warche. De kathedraal met de twee imposante torens troont hoog boven de huizen uit. Die torens zijn het enige wat van Malmédy nog enigszins overbleef na de bombardementen door de Amerikanen tijdens het Ardennenoffensief.
De geschiedenis van de stad oogt helemaal niet lieflijk. Malmédy wordt nog altijd in een adem genoemd met het Duitstalige Eupen. Nochtans is Malmédy in oorsprong Franstalig. Zij het dat het stadje na de nederlaag van Napoleon in 1815 tot 1920 tot het Pruisische rijk behoorde. Aanvankelijk leek dat niet echt een probleem te vormen. Tot kanselier Bismarck zijn Kulturkampf inzette en het onderricht en het gebruik van het Frans compleet verbood.
Vandaag ontmoetten we een oude carnavalganger.
‘Vous-êtes d’où,’ vraagt hij terwijl wij van ons glaasje jenever met cassis nippen. Het drankje wordt hier tijdens het carnaval overvloedig genuttigd.
Wanneer de man hoort dat wij van Gent afkomstig zijn, komen de soldatenverhalen naar boven.
Hij vertelt dat hij midden de jaren vijftig in Gent een opleiding kreeg als verpleger. Waarna hij in de buurt van Keulen belandde. Toen zijn oversten hoorde dat hij met het onderhoudspersoneel Duits sprak, moest hij op rapport komen.
‘J’avais peur. C’était juste après la guerre et il nous était défendu d’ avoir contact avec les Allemands.’
‘Spreek jij Duits,’ vroeg de majoor aan onze carnavalganger.
‘Juste un petit peu,’ antwoordde de man.
Waarop hij een job als contactman kreeg en op de commandopost van de kazerne belandde.
Het verhaal is tekenend voor hoe hier tegen het Duits wordt aangekeken.
Op de Signal de Botrange staat een plakkaat met een aanklacht tegen het feit dat de Belgische staat nog altijd de annexatie van de Oostkantons door nazi-Duitsland niet heeft erkend. Net als Eupen en Sankt-Vith werd Malmédy na de inval in 1940 bij het Derde Rijk ingelijfd. Dat betekende ondermeer een verplichte indiensttreding bij de Duitse Wehrmacht.
Toen na het vreselijke Ardennenoffensief dan eindelijk de bevrijding kwam, werden deze jongens van collaboratie beschuldigd.
Tijdens het carnaval wordt het Waalse dialect hoog gehouden. Toen de Malmédiens tijdens het Pruisische bewind hun eigen taal, het Frans, niet meer mochten gebruiken, schakelden zij over op het Waals. Deze fiere traditie van verzet tegen de bezetter wordt tijdens het carnaval geëerd.