dinsdag 13 mei 2014

Radio 68


www.radio68.be
Wednesday  14 May 12 noon till 1700 hrs * Woensdag  14 mei 12 – 17 uur [show 2014-18]
NIEUW DEZE WEEK  ** ADDED THIS WEEK
JOHAN DE VOS: Exclusieve voorleessessie voor Radio 68 (stem: Lucas Tavernier)
SIMON VINKENOOG & SPINVIS: Ritmebox (een selectie) JOHN SINCLAIR: MOHAWK (2013) **

ROOSTER * SCHEDULE

Radio 68 time = CET + GMT/UCT time + 1hour.
12:00
JOHAN DE VOS: Exclusieve voorleessessie voor Radio 68 (stem: Lucas Tavernier)
Johan De Vos Voorleessessie Radio 68 FotoEddyBonte
Johan De Vos Voorleessessie Radio 68 FotoEddyBonte
Cursiefjes- en verhalenschrijver Johan De Vos is geboren in Gent, waar hij woont en werkt. De Vos  werd opgenomen in de kring rond beeldend kunstenaar Yves De Smet (ARKUMEKO). In 1996 richtte hij samen met beeldend kunstenaar Francis Bekemans het tijdschrift VF&G (Vorm, filosofie en gaga) op. Hij werkte ook geregeld mee aan het tijdschrift Interbellum. Hij publiceerde over Duitse literatuur (J.M.R. Lenz, Joseph Roth), de dichters Richard Minne en Maurits de Doncker, Gentse locaties en interbellumarchitectuur.
Een belangrijke inspiratiebron voor het werk van Johan De Vos vormen de verhalen van zijn grootmoeder over het Gent van vroeger. Met een stukje over Gent in de jaren zeventig won hij in 1993 de eerste cursiefjesprijs Michel Casteels.  Bron: Jean-Paul den Haerynck, in www.literair.gent.be 
Van Johan De Vos verscheen in 2013 de bundel “Zoet als appel geurt je hand op mijn gezicht”, uitg. Een interdisciplinair platform.
Johan De Vos vind je op Gent blogt www.gentblogt.be  ** Lucas Tavernier:www.Quilombo.eu

donderdag 8 mei 2014

Terwijl nu zacht de avond valt



Boot (foto MDB)
Ik ben geboren in de Kristalstraat.
De naam herinnert aan de heldere stem van mijn moeder.

Toen ik zes was reed ik eindeloze rondjes rondom het woningblok.
Ik beeldde mij in dat ik de renner Peter Post was.

Postbode leek mij toen wel wat als beroep.
Ik hield ervan op straat rond te lopen.

Toen ik zestien werd las ik het werk van de Spaanse dichter Federico García Lorca.
De beelden van het glanzende zweet op de zwarte huid van de stier zal ik nooit vergeten.

Een jaar later wilde ik zwerver worden.
In de arena van Nîmes woonde ik een stierengevecht bij.

De ene stier na de andere werd er afgemaakt.
Daarna werd van het dode dier de staart afgehakt.

Ik liep in de sneeuw over het Rode Plein en bezocht het gebalsemde lichaam van Lenin.
Dat was nog onder Andropov.

Ik  wilde het mausoleum van Mao bezoeken.
Maar die dag in Beijing was het net gesloten.

Op Cuba reed ik te paard de groen beboste heuvels in.
Een taxi bracht mij even buiten Havana naar de woning van Hemingway.

Bij de oversteek van de Bosporus zwom een dolfijn met ons mee naast de boot.
Het werd nacht in Istanbul en het dier zwom langzaam van de Zee van Marmara naar de Zwarte Zee.

Ik schreef een roman.
Hij bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek.

Ik leerde de liefde van een vrouw kennen.
Samen brachten wij onze zoon groot.

Toen ik hier allemaal aan begon
Leek de tijd wel een eindeloze zee.

Terwijl nu zacht de avond valt
over je donkerbruine ogen.

maandag 5 mei 2014

Wanneer het leven

Weerspiegeling (foto MDB)


Wanneer het leven
in de stad verstilt
en Nacht  
haar zachte sluier legt
verlang ik naar jou.

Jij bent mijn leven
het licht in mijn ogen
Door jou zie ik
de sterren en de maan.

Verlaat mij niet
in mijn dromen
zoet als kurabiye.

Wanneer het leven
in de stad ontwaakt
laat mij verlangen
naar het licht in jouw ogen.

zondag 20 april 2014

Overwinteren in Spa

Nest everzwijnen (foto MDB)


Even dwarfs started small

In het bos deed Nomade een lugubere vondst. Een half opengereten eend. Met in haar buik een ei dat nog intact was. De bovenkant van het onfortuinlijke dier was weggevreten.
‘Het moet pas gebeurd zijn,’ zegt Nomade, ‘want overal lagen nog pluimen verspreid.’
‘Wat doet een eend in het bos?’ vraag ik mij af. ‘En welk dier zou dit wrede schouwspel van leven en dood hebben veroorzaakt?’ Ik gok op een vos.
Het beeld blijft mij bij. Ook wanneer we in het dierenpark in La Reid enkele idyllische taferelen mogen aanschouwen. Een troep everzwijnen. De dieren koesteren zich in de warmte van het zonlicht. Twee mannelijke evers grommen vervaarlijk. Ze gunnen elkaar het licht van de zon niet. Een jonger dier wordt consequent aangepakt.
‘Kijk,’ zegt Nomade, ‘twee zeugen hebben jongen. Ze zijn nog heel erg klein.’
Ik zie twee keer een nest jonge dieren. Hun vacht is nog niet behaard, zoals je dat van een everzwijn mag verwachten. Ze hebben lichtbruine strepen op hun rug. Wanneer het moment gekomen is om gezoogd te worden, kruipen ze over elkaar heen om het beste plekje aan moeders lijf te bemachtigen. Daarna liggen ze lekker tegen het moederdier aan.
Het doet mij allemaal denken aan een van de wreedste films die ik heb gezien: ‘Even dwarfs started small’ van de Duitse cineast Werner Herzog. Daarin laat Herzog dwergen in een instelling een van de opvoeders, ook een dwerg, gijzelen. Daarna breekt de grote anarchie uit. In een vlaag van sadisme keren de dwergen zich tegen hun zwakkere soortgenoten.
De boodschap van de cineast is duidelijk: in tijden van chaos komt het slechtste in de mens naar boven. Herzog toont parallellen met de dierenwereld. Die is even meedogenloos. Een mank lopende kip wordt door de andere kippen kapot gepikt. De dwergen doden een zeug, waarna de biggen in een wanhopige poging om te overleven, blijven zuigen aan de dode moeder. En zo het laatste leven aan het dier onttrekken.

donderdag 17 april 2014

Overwinteren in Spa

Wolvenpark La Reid (foto MDB)

Wolvenman

Als een volleerde fotografe zwermt Nomade rondom mij wanneer ik aan het schrijven ben. Het is toch wel wennen.
‘De wolven zijn een beter fotomodel,’ zegt zij.
Deze namiddag zijn we elkaar kwijtgespeeld. Opeens kreeg ik een bericht: ‘Ik ben hier al meer dan een uur het gedrag van de wolven aan het bestuderen.’ Het bericht klonk tamelijk onheilspellend.
We namen een jaarabonnement op het dierenpark in La Reid. Daar is ook een groot wolventerrein. Twee roedels leven er naast elkaar. Een roedel van Europese en een van Amerikaans-Canadese wolven. Nomade legt het mij allemaal haarfijn uit.
‘Kijk,' zegt ze, 'een van de Amerikaanse wolven heeft als taak om het terrein te bewaken.’ Ik zie hoe een jonge wolf de hele tijd heen en weer loopt langs het grote afgebakende terrein van de kleinere grijze wolven.
Nomade heeft ook zorgvuldig de rangorde van de wolven in kaart gebracht.
‘Die twee vormen het alfakoppel,’ legt zij uit. Maar dan merken we dat de ene oudere wolf niet de uitgestotene blijkt te zijn. Maar integendeel diegene die zijn rechten op het vrouwtje laat gelden.
Ooit stonden wij in de winter oog in oog met een drietal wolven. Nomade was zo gefascineerd door de dieren dat zij niet zoals ik de auto weer indook. Maar er integendeel op afging om foto’s te nemen. De wolven bleken eigendom te zijn van een man die in de buurt van de Lac de Warfaaz een restaurant uitbaat. En die er een gewoonte van maakte om zijn dieren in alle vroegte uit hun kooi te laten.
Van het wolvenpark keren we langs de Lac de Warfaaz naar onze woonwagen terug.
‘Vertraag eens Johan,’ zegt Nomade, ‘hoe zou het nog zijn met Wolvenman?’

woensdag 16 april 2014

Overwinteren in Spa

Rodchenko (foto MDB)


Krantenman

Krantenman laat niet vlug in zijn kaarten kijken. De ruimte waarin hij zich beweegt meet naar schatting drie, vier meter in de lengte. Maar zij is hooguit een meter diep. Zodat Krantenman als een marionet enkel van links naar rechts kan bewegen.
‘Dat maakt mij niet uit,’ zegt Krantenman. ‘Ik heb jarenlang in de woestijn geleefd.’ Daarna somt hij de landen op waar hij zijn loopbaan als bodemdeskundige heeft doorgebracht. Hij vertelt over Oman. In dat woestijnland wonen maar twee miljoen mensen. Maar het is vele malen groter dan België. Daar had Krantenman dus ruimte genoeg.
‘Ik heb er ooit een leguaan gezien, zo groot als een konijn,’ zegt hij. ‘Aussi gros comme un lapin.’ We spreken Frans en Nederlands door elkaar. Na zijn studie in Huy als industrieel ingenieur volgde hij een opleiding bodemkunde aan de Universiteit Gent.
De smalle ruimte waarin hij zich beweegt is zo’n typische jaren zestig verbouwing. Eigenlijk niet veel meer dan een vitrine gemaakt van koper. Waarin vroeger pralines werden verkocht. Zo zie ik tenminste de pralinewinkeltjes van Leonidas voor mij in het Brussel uit mijn jeugd.
‘Connaissez-vous un bon boulanger ici dans les environs,’ vraag ik.
‘Ah oui, il faut continuer jusqu’à la dernière route avant la gare,’ antwoordt hij. ‘Il s’appelle Muller.’
‘C’est un nom allemand,’ werp ik op. ‘Ah oui,’ zegt Krantenman, ‘mais de longtemps.’
Zou bakker Muller hier ook al hebben gewoond toen de Duitsers Spa binnenvielen en keizer Wilhelm het kuuroord bezocht ?’ vraag ik mij af.
Vanmorgen meldde ik mijn vriend fier dat ze daar bij Muller nog van dat echt donker Duits brood hebben.

Overwinteren in Spa

Herten in het bos (foto MDB)

Zon

Deze morgen heeft het buiten gevroren. Triomfantelijk toont Nomade mij het drinkbakje van onze hond Luna. Daarin ligt een dunne laag ijs. Op de motorkap van mijn oude Volvo schrijft zij in grote drukletters: ‘Johan op het ijs.’
Nomade maakt zich vrolijk over de koude die ik lijd. Toch houdt zij de goede moed erin.
‘Je verkoudheid Johan, was hier toch in een klap over?’
Het is waar. Toen wij op de Ardense hoogten aankwamen, was ik snipverkouden. Misschien zijn sommige geneesmiddelen op dit principe gebaseerd? Dien aan de patiënt een overdosis toe van datgene waaraan hij lijdt.
‘Ik heb de zon meegebracht,’ zegt H. Met haar bezoeken wij in de winter de Gentse theatervoorstellingen. Zo ook ‘Lenz’ van Piet Arfeuille. De tekstschrijver en de acteurs van Theater Malpertuis slaagden erin de gekwelde figuur Jakob Michael Reinhold Lenz levendig voor te stellen. Na zijn omzwervingen in de bergen komt Lenz terecht bij de vooruitstrevende dominee Oberlin. Wanneer Oberlin naar Zwitserland vertrekt om daar zijn correspondent Lavater te ontmoeten, gaat het mis.
‘En ik, ben ik niet ziek misschien?’ zegt Lenz.
Bij zijn terugkomst vindt Oberlin een totaal ontredderde Lenz terug.
‘Je moet eten,’ zegt Oberlin. ‘Je moet bidden,’ voegt hij er nog aan toe. ‘Zal ik thee voor je zetten?’ Oberlin biedt Lenz zijn liefde aan en kust hem innig op de mond.
Elke morgen trek ik mijn looppak aan en gaat het richting het stadje. In een kleine portemonnee heb ik een euro en veertig cent. Daarmee koop ik de krant De Morgen.
‘Dat begrijp ik niet,’ zegt Nomade, ‘je krijgt de krant thuis en toch koop je hier nog een tweede exemplaar.’
Maar ik houd ervan om mijn eigenste krant te lezen. En elke dag een praatje te slaan met mijn persoonlijke krantenman.