vrijdag 8 augustus 2014

Dario Fo

Detail fontein Casino (foto MDB)

Het theaterfestival van Spa. Ontmoeting met Véronique Dumont. Zij spreekt met haar handen. Véronique Dumont is wat ze hier een comédienne noemen. Zij is actrice en theatermaakster en schreef het stuk ‘Album ou Les Chevaliers’.
Het stuk begint met een Monty Pythonachtige scène. ‘We are the knights who say ni!’ Bij Véronique Dumont passeert een reeks knullige ridders met houten zwaarden de revue. Onder de ridders ontstaat een Babylonische spraakverwarring.
Het absurdisme is de kern van de scènes die hierop volgen. Een na een komen de levensfasen van de mens aan bod. Telkens is het thema het niet begrepen worden. Tot de dood erop volgt. In de vorm van een executie na een kafkaiaans aandoend proces.
De dood opvoeren op scène. Het leidde tot protest bij enkele oudere toeschouwers tijdens de ontmoeting met de actrice en schrijfster. Alhoewel de dood al in het middeleeuwse theater een vaste verschijning is. In Elcerlyc bijvoorbeeld.
Onze buren op de camping komen elk jaar naar dit theaterfestival. De man heeft dan ook een groot deel van zijn leven gewerkt in het Théâtre National in Brussel. Hij kent zowat alle acteurs en actrices die hier optreden. De man gaat prat op zijn ontmoeting met Dario Fo.
‘Il a reçu le prix Nobel,’ zeg ik.
‘Ah, mais le pape, lui il n’était pas content,’ antwoordt de man.
Daarop vertel ik hoe Nomade en ik door Dario Fo bij elkaar zijn gebracht.
Zij werkte bij het Brialmonttheater in Brussel en was op zoek naar handboeien voor het theaterstuk ‘De toevallige dood van een anarchist’ van Dario Fo. Toen we elkaar na een lange tijd toevallig op straat ontmoetten. Samen trokken we naar de gevangenis aan de Nieuwe Wandeling. Waar we bot vingen. Maar het hartverscheurende verhaal over mijn eenzaamheid vond ingang bij haar. Zodat zij mij enige tijd later vroeg of ik zin had om haar in het gemeenschapshuis waar ze toen woonde te vervoegen.
De theaterman en zijn Siciliaanse echtgenote verblijven op de camping in dezelfde caravan waarmee wij dertig jaar geleden rond tuften. Achter het stuur van mijn oude Volvo droeg ik een donkere hoed. Aan de overkant van de autostrade namen rondtrekkende Roma als teken van groet en herkenning tijdens het rijden hun hoed voor ons af.

woensdag 6 augustus 2014

Mobutu

Kasteelpark (foto MDB)

Wat houd ik ervan om vanaf de heuvel waar onze caravan staat over de kam te  kijken. Achter de boomtoppen -zo heeft onze ochtendwandeling ons geleerd- ligt de vallei met daarin het kleine stadje Spa.
’s Avonds daalt de zon achter de heuveltop en vormt strepen geel in de lucht. Tot het geel zich vermengt met steeds donkerder wordend blauw dat overgaat in de nacht.
Vanmorgen verkenden we het kasteel van Mobutu. Dat is de naam die Nomade heeft gegeven aan een verlaten kasteelpark. In dit domein zou de Zaïrese president in woelige tijden in het grootste geheim zijn toevlucht hebben gezocht.
Nomade heeft vooraf het kasteeldomein verkend. Zij leidt mij over de omheining heen naar enkele merkwaardige bouwsels.
‘Dat zijn follies,’ zeg ik.
‘Verder zijn nog veel meer eigenaardige constructies,’ antwoordt Nomade.
We dringen steeds verder het kasteeldomein binnen. Komen aan een grote vijver waar in de verte een bootje aangemeerd ligt.
‘We stappen door tot op het eilandje,’ besluit Nomade.
Op het eilandje is diep in de bomen gekerfd.
‘Dit is een liefdeseiland,’ zegt Nomade.
Voorbij het kasteelpark ontmoeten we een vijftiger. De man is al Spadois of inwoner van Spa gedurende vijf generaties.
‘Mon grand-père était boulanger. Avant lui, son père était menuisier.’
De man zelf is ‘fleuriste’ in Spa. Als kind ging hij regelmatig spelen in het vervallen kasteel. Tot het in de jaren zeventig is afgebroken. Alleen de kapel en de woning van de minnares van de graaf staan nog overeind. De kapel is opgetrokken in eenvoudige wit gekalkte baksteen. Zij is opgetrokken in een mooie vierkante vorm. Het is een kniekapel waar de graaf de gunsten kon afsmeken van de moeder van God.
De kapel bevindt zich vlak boven de woning van de minnares. Alsof de graaf hiermee de zonde van het overspel kon afkopen.
‘Autrefois il y avait aussi un zoo dans le parc,’ vertelt de fleurist. ‘Même avec des lions.’
Of er ooit Afrikanen in het kasteel hebben gelogeerd, kan de man ons niet vertellen. Wel dat de spoorlijn tussen Remouchamps en Trois-Ponts door Congolezen is aangelegd.
Terug op de camping. Het zal nog even duren voor de avond valt en het mooiste licht achter de heuvelrug verschijnt.

dinsdag 5 augustus 2014

Thomas Mann

Old brown shoe (foto MDB)

De aanhoudende regenval van de afgelopen dagen heeft ervoor gezorgd dat het kleine lieflijke water  achter onze camping eensklaps is omgetoverd in een snel stromende bergbeek. De beek stort zich van verschillende kanten naar beneden en vormt enkele natuurlijke watervallen.
Onze hond Luna die haar ochtend- en avondwandeling vanbuiten kent, schrikt deze keer terug voor het natuurgeweld. Op andere momenten kwispelt zij vrolijk in het rond wanneer wij het makkelijk doorwaadbare water naderen. Zij strekt er zich languit in uit. En drinkt naar hartenlust van het ijzerhoudende bergwater.
‘Herr und Hund’ is een korte roman van de Duitse schrijver Thomas Mann. Daarin beschrijft de burgerlijke auteur nauwgezet zijn dagelijkse wandeling met de herdershond. Zo precies dat je zijn route makkelijk op kaart kunt uitstippelen.
Thomas Mann. Hoeveel plezier heb ik niet beleefd aan het lezen van zijn meesterwerk ‘Der Zauberberg’? Waarvan de filmaffiche jarenlang in onze negentiende-eeuwse woning heeft gehangen. Tot zij door het vocht aangetast in ons huis geen plaats meer vond.
In het boek bevindt de jonge Hans Castorp zich in de besloten wereld van een sanatorium in het Zwitserse Davos. Hij neemt er deel aan spiritistische seances. Wordt heen en weer geslingerd tussen de humanistische ideeën van de heer Settembrini aan de ene kant en het conservatieve op de godsdienst gebaseerde wereldbeeld van de jezuïet Naphtha. Maar Hans Castorp geeft zich vooral over aan zijn liefde voor een jonge schone, Clawdia Chauchat uit Dagestan. De Russische met haar kirgiezenogen.
Ik las het lijvige tweedelige boek tijdens een strenge winter in de Ardennen. Waar ik samen met mijn vriend Peter rondtrok. En we belandden in het onooglijke dorp La Cuisine bij een jonge vrouw van wie de man naar het verre Amerika was uitgeweken. De vrouw had zowat alle jonge mannen uit de streek rond zich verzameld.
Nooit heb ik het zo koud gehad als die nacht in La Cuisine. De kachel ging uit en zelfs de kat ging aan het huilen van de koude.
Ik hoop maar dat dit deze winter niet ons lot zal zijn.

maandag 4 augustus 2014

Nimf

Dansers op de esplanade (foto MDB)

De regen blijft in stromen neergutsen. Is dit een voorbode van wat ons in de herfst te wachten staat?
‘Goed dat we op een heuvel staan,’ zegt Nomade.
Deze middag stapte ik met onze hond Luna omhoog naar de Source de la Géronstère. Zoals aangegeven op het kleine gietijzeren monument in  het centrum van Spa, in de richting van ‘les montagnes du Sud’. Op de negentiende-eeuwse vierkante constructie kun je niet alleen de hoogtes van de plaatsen in de vier windrichtingen aflezen. Je ziet er ook het uurverschil met Berlijn, Moskou, enzovoort. Er is een barometer en je kunt er de temperatuur zien. Hoewel het kwik een nogal diffuus beeld vertoont.
Op weg naar de Géronstère. Nomade ergert zich aan de bruggetjes die allemaal nogal opzichtig de naam hebben gekregen van een landschapschilder uit de streek. Ik probeer de naam te herkennen van de auteur van het werk dat ik gisteren op de brocantemarkt heb gekocht. Volgens de verkoper zou de schilder het werk hebben gesigneerd op een plaats die nu verborgen  zit onder het kader.
De Source de la Géronstère. Hoe vaak heb ik niet de schoonheid bewonderd van het vierkante gebouw dat ook al op oude gravures te zien is. De tempel van het water. Opgericht door burggraaf Conrad Von Burgsdorff. Net als Goethe was Von Burgsdorff, Geheimenrath, minister dus. Maar dan in Brandenburg. De Geheimenrath liet de marmeren bescherming  voor de bron oprichten als dank aan de nimf van de Géronstère.
Ik laat het zwavelhoudende water over mijn handen stromen en drink van het water dat net niet tussen mijn vingers doorglipt. De nimf van de Géronstère. Gaat het om een heimelijke liefde die de burggraaf in Spa koesterde? En is het woord nimf dan bedoeld als geheimtaal. Een voor altijd verzwegen geliefde? Of hield Von Burgsdorff een miraculeuze verbetering van zijn gezondheidstoestand over aan een kuur in Spa? Die hij in het midden van de zeventiende eeuw dan maar toeschreef aan een bosnimf, bewaakster van de bron?
Goethe verborg zijn liefde voor de jonge Ulrike von Levetzow alleszins niet wanneer hij in het Tsjechische kuuroord Marienbad verbleef. Tevergeefs probeerde de oude schrijver naar de gunsten te dingen van het zeventienjarige meisje. Voor de literatuur heeft zijn hopeloze liefde de lyrische klaagzang Marienbader Elegie opgeleverd.

zondag 3 augustus 2014

Brocante

Brocante (foto MDB)

Op de camping is een plotse invasie ontstaan van VW-minibusjes. In allerlei kleuren. Knal oranje bijvoorbeeld met in grote letters BIC erop geschilderd. Een enkel afgebladderd geval ook. Van sommige is het dashboard volgestouwd met stickers. ‘I love my stones’.
Het was met zo’n minibusje dat Hans van Gasthof Bergheimat ons kwam halen aan de voet van de berg waar het kleine dorp Boden verscholen lag.
Toen ik vele jaren later samen met Nomade dit dorp in het Oostenrijkse Lechtal opnieuw aandeed, moest zij vreselijk lachen met het aftandse reclamepaneel dat in een bocht van de weg het dorp aankondigde. ‘Sonnige Lage’.
‘Dit dorp heeft helemaal geen zonnige ligging, Johan,’ hield zij mij voor. ‘Het ligt integendeel in een schaduwdal.’
Maar wie maalde daarom aan het einde van de jaren zestig. Toen de toekomst ons nog zegerijk toelachte. En alles alleen nog maar beter kon worden.
Voor de kajotsters die in kleine groepjes met twee van die VW-minibusjes naar boven werden gebracht, leek dit wel het einde van de wereld. Sommigen begonnen bij nacht onbedaarlijk te huilen.
Gescheiden als ze waren van hun geliefde.
Daar speelde Otto van pension Edelweiss handig op in. Hij had er het handje van weg om de meisjes in hun eenzaamheid te troosten. Hiervoor had hij een handige list bedacht. Hij maakte ze namelijk wijs dat hij speciaal voor hen hoog boven de alpenweiden de begeerde bloem edelweiss was gaan plukken. In werkelijkheid kweekte de listige bergbewoner de sneeuwwitte bloemen in een daartoe bestemde bloembak die hij had verscholen in de dakgoot van zijn pension.
Op de camping keek ik door het raam naar het grote witte stuur van zo’n minibusje. Het stuur moet de automobilist een gevoel van macht hebben gegeven. Naast hem op de bank zaten in de regel twee passagiers. Daarachter nog twee rijen, bestaande uit telkens een lange zitbank.
Een van mijn oud-leraren kwam met zo’n rood-wit minibusje naar school. Hij had lang spierwit haar dat naar achteren was gekamd. Soms had het haar een lichtgroene schijn. De leraar Engels was de leider van een groot gezin. Zijn collega’s noemden hem de Nestor van onze school.
Kamperen met een minibusje. Bestaat er een meer zomers beeld?
Zoals elke zondag was er vandaag brocante in het Parc de Sept Heures. De naam van het park met ondermeer een blauw geverfde windmolen in miniformaat verwijst naar het uur waarop de kuurgasten of bobelins elkaar aan het einde van de dag ontmoetten.
Ik was in de ban van een schilderij op doek. Het werk steekt in een niet zo mooie lijst. De kader lijkt wel afkomstig van een meubel, zegt Nomade. Maar het schilderij is o zo mooi. Een besneeuwd dennenbos. In de verte het veen. Avondlicht. De schilder heeft het licht van de ondergaande zon weergegeven aan de hand van slechts enkele strepen gele verf.
‘Ons huis hangt al vol met schilderijen,’ zegt Nomade.
Ik breng het argument in tegen de verkoper.
‘Quarante euros. C’est mon dernier prix,’ zegt de man.
Waarop ik trots met het schilderij onder de arm op de esplanade  op zoek ga naar Nomade.