donderdag 5 maart 2015

Overwinteren in Spa

Cakewalk kermis Gent (foto MDB)

Abel

In ‘The circus’ van Charlie Chaplin komt een hilarische scène voor. The tramp komt buiten zijn wil in het bezit van een goed gevulde portefeuille. Waarop hij zichzelf wil trakteren op een heerlijk broodje worst. Voor het zover komt, herkent de rechtmatige eigenaar zijn brieventas. Waarna een wilde achtervolgingsscène wordt ingezet. Om zowel aan de oorspronkelijke dief als aan de politie te ontkomen, doet Chaplin alsof hij een onderdeel is van een cakewalk. De achtervolging wordt daarna verder gezet in de mirror maze of het spiegelpaleis. Tot slot komt the tramp in een circus terecht.
Circusoptredens, kermisattracties en eetgelegenheden vormden in oorsprong een geheel.
Lekker eten behoorde zeker tot de belangrijkste activiteiten van een kermisbezoek.
‘Je hebt opnieuw de hoepel gemist,’ zegt de directeur in ‘The circus’ tegen zijn dochter die kunstjes te paard uitvoert. ‘Als straf krijg je vanavond geen eten,’ voegt hij eraan toe.
Tijdens het carnaval in Ledeberg stond een van de prachtige oliebollenkramen van Abel. Hij is een authentieke Ledebergnaar. Geboren in café ‘De Steur’ in de Edward Blaesstraat. Eredeken, organisator van de kindersnoepenworp en zo geliefd dat naar zijn beeld een reus werd gemaakt.
Ook op de halfvastenfoor op het Gentse Sint-Pietersplein staat een kraam van Abel. Het kraam ziet eruit als een foorbarak uit het art nouveau.
Lang geleden stond op de halfvastenfoor in Gent een tent waar je geoefende boksers en catchers kon uitdagen. Dan stak iemand in het publiek de hand omhoog.
‘Ah, nen èwen lutteur,’ sprak de speaker wanneer een kort gestuikte man de uitdaging aannam. Het was duidelijk dat de uitdager tot de troep van het kermiskraam behoorde.
Ook het kabinet van dr. Spitzner was nog op de Gentse halfvastenfoor aanwezig. Het rariteitenkabinet stond bekend om zijn foetussen op sterk water. En zijn anatomische afbeeldingen.
‘”De prijzen blijven stijgen,” zei Sjors met een spijtig gezicht, terwijl hij ettelijke bankbriefjes neertelde in Chapeaus uitgestoken hand.’
Het is de openingszin van het korte verhaal Hall of mirrors van de jong gestorven dichter Jotie T’Hooft. Sjors doelt op de prijs voor het pakje shit dat hij zonet heeft gekocht. Begeeft zich daarna naar het Petrusplein waar een kermis aan de gang is. En treedt in afwachting van de komst van Alex het spiegelpaleis binnen. In het middelpunt ervan heeft een persoonsverwisseling plaats met Pier Petrini, de halfbloed zigeuner die het spiegelpaleis uitbaat. Na een lange winter waarin de kompaan van Petrini in een conservenfabriek werkt en Petrini depressief op een kleine kamer hokt, bouwt hij het spiegelpaleis weer op. Waarna de persoonsverwisseling wordt opgeheven. Petrini weer Sjors wordt. Die zich bij zijn kompanen voegt die net klaar zijn met het via de neusgaten gretig verorberen van enkele lijntjes coke.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten