zondag 7 december 2014

Italiaans dagboek

Still uit 'Il mio viaggio in Italia' (foto MDB)


Pomodoro

Ik was zeventien en las in het werk van Mario Puzo. Le parrain of The Godfather. Het boek waarop Francis Ford Coppola later zijn gelijknamige en beroemde driedelige filmreeks baseerde. Met in het eerste deel als hoofdrolspeler Marlon Brando. Die al schitterde in ‘The wild one’, een film over de doelloosheid van de Amerikaanse jongeren in het begin van de jaren 1950. Brando sprak hees en had volgens de overlevering tussen tanden en kaken watten gepropt.
In het derde deel heeft Michael Corleone, gespeeld door Al Pacino, de macht uit handen gegeven. Hij wordt verteerd door  de broedermoord die hij heeft gepleegd en wil maar één ding: dat zijn neef de interesse voor zijn dochter definitief achterwege laat.
De neef is jong en knoopt opnieuw aan bij de traditionele middelen van de georganiseerde misdaad: het meedogenloze geweld. Tijdens een operavoorstelling op Sicilië waar de zoon van Michael de hoofdrol speelt, worden één na één de vijanden op een gewelddadige wijze uitgeschakeld.
Ik krijg opnieuw koude rillingen wanneer ik denk aan de scène op de trappen van het Teatro Massimo in Palermo waar Michaels dochter (Sofia Coppola) door een schot uit een geweer wordt geraakt. Hoe zij eerst niet lijkt te beseffen dat de dood haar heeft ingehaald. De onontkoombaarheid van te behoren tot de clan van de Corleones.
The Godfather heeft het beeld over de georganiseerde misdaad in Amerika en Italië bepaald. Donker. Romantisch.
Deze week keek ik naar ‘Goodfellas’ van Martin Scorsese.
Een van de figuren die leeft van de misdaad trouwt met een Joods meisje. Op de bruiloft maakt het meisje kennis met zijn ‘familie’.
‘Alle jongens blijken hier Peter of Paul te heten. En alle meisjes Maria.’
De verering van Maria, de familie en de moederbinding. Het zijn steeds terugkerende motieven in de mediterrane culturen.
In de film belanden enkele van de misdadigers in de gevangenis. Ze genieten er van allerlei privileges. Zo mogen ze zelf koken. Het is aandoenlijk om te zien hoe een van hen knoflook snijdt. Precieus en fijn. Met behulp van een scheermesje.
Het scherpt mijn appetijt. Ik kook spaghetti. Maak saus klaar zoals ik die heb leren kennen in Italië. Dat wil zeggen met gedroogde zongerijpte tomaten. Een klein doosje pomodoro en veel look. Daar boven op strooien we vers geraspte Parmezaan. En drinken er een half flesje Siciliaanse wijn bij. De hele nacht geniet ik nog na van de scherpe looksmaak.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten